Terug naar: Indexpagina PensioenScheiden


Het Nabestaandenpensioen en het Bijzonder Nabestaandenpensioen en het te te verrekenen pensioen als gevolg van een scheiding voor
1 mei 1995 worden foutief door het ABP vastgesteld.

Onderstaand artikel is van toepassing op alle ambtenaren die voor 1 mei 1995 van de echt gescheiden zijn en al dan niet opnieuw in het huwelijk getreden zijn en al dan niet overleden zijn!

Waarom wordt het voorwaardelijke pensioen wat met de ex-partner vanaf het moment van pensionering van de ambtenaar verrekend moet worden, foutief vastgesteld door het ABP?

Waarom het Bijzonder Nabestaandenpensioen, wat ontstaat op het moment dat de ambtenaar van de echt scheidt, nadien foutief is vastgesteld door het ABP!

Waarom wordt het Nabestaandenpensioen van een ambtenaar die na zijn scheiding, opnieuw in het huwelijk getreden is foutief vastgesteld door het ABP?

Waarom het Bijzonder Nabestaandenpensioen op het moment van overlijden van de ambtenaar ten onrechte op het Nabestaandenpensioen van de nieuwe partner in mindering wordt gebracht.

Dat komt door meerdere oorzaken die niet los gezien kunnen worden van elkaar.
Zie de Abp-wet zoals deze op 21 december 1995 van kracht was en zie de Wet Privatisering ABP per 1 januari 1996 en realiseer u dat in deze periode een hele hoop mensen hebben zitten slapen. Wat er in die periode gebeurd is, zijn geen woorden voor!!!!!!!!!!!!

Noot 1 - In artikel A 8 1 van de Abp-wet wordt aangegeven dat de pensioenen aangepast worden op basis van de algemene bezoldigingswijzigingen. Er wordt dus gesproken over de zogenaamde initiële wijzigingen. We hebben het dus niet over salariswijzgingen die het gevolg van zijn carriere stijgingen. Dat kan ook niet, want in artikel G 4 van de Abp-wet staat immers vermeld dat ervan uitgegaan wordt dat de ambtenaar op de dag van het vonnis, waarbij de echtscheiding of ontbinding van het huwelijk is uitgesproken zou zijn overleden.

Noot 2 - Maar er kan dus ook geen sprake zijn van initiële bezoldigingswijzigingen, de ambtenaar wordt immers geacht overleden te zijn op de dag van het vonnis.

Noot 3 - In feite is in de Abp-wet alleen sprake van de dag van het vonnis waarop de scheiding door de rechtbank is uitgesproken en in feite zou deze datum dus bepalend moeten zijn. Dit in tegenstelling tot hetgeen hierover in de Pensioen- en Spaarfondsenwet vermeld staat, namenlijk dat de dag dat de scheiding ingeschreven is in de registers van de Burgerlijke Stand bepalend is.

Noot 4 - In de Wet Privatisering van het ABP is iets vreselijks fout gegaan (zie ook brief 29.08.2022 aan de Min. van Binnenlandse Zaken)   Artikel 15 van deze wet had moeten slaan op het Bijzonder Nabestaandenpensioen van de samenwonende ambtenaren en zeer zeker niet op het Bijzonder Nabestaandenpensioen van alle ambtenaren gescheiden tussen 27 november 1981 en 1 mei 1995.

Noot 5 - In artikel G4 van de Abp-wet staat omschreven dat de partner met wie een overleden ambtenaar, gewezen ambtenaar of een gepensioneerde ambtenaar gehuwd is geweest, recht heeft op Bijzonder Nabestaandenpensioen, mits
a. hij of zij recht op nabestaandenpensioen zou hebben gehad, indien de ambtenaar, gewezen ambtenaar of gepensioneerd ambtenaar op de dag van het vonnis, waarbij de echtscheiding of de ontbinding van het huwelijk is uitgesproken zou zijn overleden.

Noot 6 - Kortom of hier nu staat dag van ontslag of datum overlijden, ook hier gaat het alleen om het opgebouwde Nabestaandenpensioen tot het moment van scheiding. Het Bijzonder Nabestaandenpensioen wordt dus vastgesteld op 5/7 van het ouderdomspensioen op het moment van ontslag/overlijden. Hieruit volgt ook dat het BNP alleen aangepast zou kunnen worden alsof sprake is van een gewezen deelneming.
Maar ook dat staat nergens gereglementeerd in de Abp-wet.

Noot 7- Het Nabestaandenpensioen onder de Abp-wet, maar ook onder de Stichting Pensioenfonds ABP wordt afgeleid van het ouderdomspensioen. Het Nabestaandenpensioen wordt dus niet zelfstandig vastgesteld. Door het Nabestaandenpensioen met terugwerkende kracht aan te passen, zegt het ABP in feite dat alle algemene bezoldigingswijzigingen op het ouderdomspensioen op basis van de dienstjaren tot datum scheiding gerekend kunnen worden tot het huwelijks vermogen en als zodanig alsnog voor verdeling in aanmerking moeten worden genomen. En dat geldt dus zonder meer ook voor alle carriere stijgingen.

Noot 7a - Zie ook Vonnis Rechtbank Limburg d.d. 05.01.2022 - Wat de advocaat van het ABP allemaal ingebracht heeft, weet ik niet, maar de wijze waarop dit in het vonnis is opgenomen, klopt voor geen meter. Naar mijn mening dient de rechter te verifiëren of hetgeen de advocaat inbrengt juist is. Er wordt nu een uitleg verstrekt in het vonnis die niet klopt. Ik zal me voorzichtig uitdrukken, maar het lijkt erop dat de rechtbank heeft zitten slapen, door mee te gaan met de advocaat van het ABP.

Noot 8 - In feite betekent dit ook dat elke indexering van het Bijzonder Nabestaandenpensioen tot in lengte van dagen van invloed is op de verrekening van het pensioen wat de ambtenaar moet verrekenen/uitbetalen aan zijn ex-partner. E.e.a. impliceert ook dat alle Boon/van Loon-berekeningen foutief uitgevoerd zijn door het ABP.

Noot 9 - Maar wat nog veel erger is, is dat als de ambtenaar opnieuw in het huwelijk getreden is, het ABP de stijging van het Bijzonder Nabestaandenpensioen tot het moment van overlijden in mindering gebracht heeft op het nabestaandenpensioen van de nieuwe partner.
Overigens alleen op basis van de dienstjaren tot datum scheiding.

Noot 10 - En in vervolg op Noot 7, het Bijzonder Nabestaandenpensioen is ook tot het moment waarop het ABP overging op de geïndexeerde middelloonregeling per 1 januari 2004 aangepast op alle salarisverhogingen, dus zowel de initiele als de carriestijgingen. Wel alleen op basis van
de dienstjaren tot datum scheiding. En vanaf 1 januari 2004 verhoogd met de indexeringen zoals van toepassing op actieve deelnemers. In feite zou de toename van het Bijzonder Nabestaandenpensioen na 1 januari 1996 zonder meer gecorrigeerd dienen te worden, dus niet alleen de stijgingen als gevolg van de toename van de berekeningsgrondslag, maar ook alle toegepaste indexeringen vanaf 1 januari 1996.
Deze stijgingen vallen immers of onder de Pensioen- en Spaarfondsenwet of onder de Pensioenwet en kunnen dus zonder meer niet door het ABP onder het tapijt geveegd worden.

Noot 11 - Tot 1 januari 2004 is er sprake geweest van een eindloonregeling. Na de datum scheiding is het ouderdomspensioen aangepast aan alle stijgingen van het salaris met terugwerkende kracht tot datum aanvang verzekering. In geval van huwelijk na datum scheiding had het Bijzonder Nabestaandenpensioen op datum scheiding in mindering gebracht moeten worden op het Nabestaandenpensioen van de nieuwe partner. De nieuwe partner heeft in feite alleen alle initiële en carriere stijgingen op basis van de dienstjaren vanaf datum scheiding ontvangen, maar maakt in feite aanspraak op alle stijgingen van het nabestaandenpensioen met terugwerkende kracht tot datum aanvang verzekering uiteraard onder aftrek van het Bijzonder Nabestaandenpensioen zoals vastgesteld op datum scheiding. Te verschrikkelijk voor woorden!

Noot 12 - Vanaf een moment ergens na de privatisering van het ABP heeft het ABP aangegeven dat zij ambtenaren die van de echt gescheiden zijn, ziet als gewezen deelnemers. Op basis van deze uitspraak, die nergens gereglementeerd staat zijn de premievrije aanspraken op het moment van scheiding geïndexeerd op basis van de indexeringen die van toepassing zijn op gewezen deelnemers. Er werd dus een rookgordijn opgetrokken om hetgeen in Noot 4 (en vanaf 01.01.1996 in Noot 11) gebeurd is weg te moffelen.

Noot 13 - Vanaf om en nabij het jaar 2000 is het ABP begonnen om opgaven van het te verrekenen pensioen te verstrekken op basis van de tarieven op het moment van de aanvraag en dus niet meer op basis van de tarieven op het moment van scheiding, zoals in feite is vastgelegd in het Boon/van Loon-arrest van 27 november 1981. Een uitermate merkwaardig gebeuren waar u als volgt naar zou kunnen kijken.

Op het moment van scheiding is uw gezamenlijk vermogen vastgesteld en dat geldt dus ook voor de waarde van het huis. De waarde lag op dat moment vast. Dat geldt in feite ook voor de waarde van het pensioen. En tegenover die waarde van het pensioen staan aanspraken die op dat moment omgerekend worden naar een aanspraak die de ambtenaar moet verrekenen met zijn ex-partner op het moment dat hij met pensioen gaat. Die aanspraak veranderd alleen als het pensioen van de ambtenaar geïndexeerd wordt, zoals dat is vastgelegd in het
Arrest van de Hoge Raad van 6 oktober 2006. Nee, zegt het ABP daar hebben wij geen boodschap aan. We gaan dat doen op het moment dat de ambtenaar aan ons vraagt om een opgave te verstrekken van het pensioen wat hij moet verrekenen met zijn ex-partner. Met andere woorden, het ABP wil dus uitgaan van de waarde van dat huis op het moment van de aanvraag. U raad het al, dat huis is inmiddels flink in waarde gestegen. Maar dat geld niet voor de aanspraken van het pensioen. Deze zijn gelijk gebleven, alleen de waarde is hoger, doordat de ambtenaar ouder is geworden.

Noot 13a - Als op het moment van scheiding niet gekozen is voor een eenmalige verrekening in de boedelscheidng, betekent dat automatisch dat de aanspraken op het moment van scheiding, omgerekend worden naar een voorwaardelijke uitkering eerst opeisbaar op het moment van pensionering van de ambtenaar. De eenmalige verrekening is dus een gepasseerd station.

Het ABP maakt een opgave op basis van de tarieven op het moment van de aanvraag, alsof sprake is van een slapende ambtenaar en houdt voor wat betreft het Ouderdomspensioen en het Bijzonder Nabestaandenpensioen alleen rekening met de indexeringen voor een gewezen deelnemer.
Resultaat van deze berekening is dat een mannelijke ambtenaar ruim meer pensioen moet gaan verrekenen met zijn ex-partner dan wanneer de opgave berekend zou zijn op het moment van scheiding.
Er liggen diverse arresten van rechtbanken o.a. van het Hof Den Bosch van 16 november 1997 en een arrest van de Hoge Raad van 5 april 2002, waaruit blijkt dat indien de voorwaardelijke uitkering meer bedraagt dan 50% van het opgebouwde ouderdomspensioen op datum scheiding, dan wordt de voorwaardelijke uitkering tot dat bedrag gematigd.

Noot 13b - Als een pensioenverzekeraar overgaat op andere tarieven worden de aanspraken met een gesloten beurs overgezet. Met andere woorden: De aanspraken wijzigen niet.

Noot 14 - Voor vrouwelijke ambtenaren gaat het vanaf de allerseerste opgave van het ABP al fout. Vrouwelijke ambtenaren moeten vanaf de aanvang, dus vanaf 27 november 1981, al ruim meer dan 100% van het opgebouwde pensioen op de datum scheiding verrekenen met hun ex-partner. Op 20 november 2019 ben ik bij het ABP in Heerlen op bezoek geweest. Ik kreeg bijvoorbeeld de toezegging van het ABP dat ze in het vervolg weer een volledige onderbouwing zouden verstrekken van het te verrekenen pensioen door vrouwelijke ambtenaren. Achteraf kon ik alleen maar vaststellen dat ze weliswaar deze opgave verstrekte, maar vervolgens de vrouwelijke ambtenaar er niet op wezen dat het te verrekenen pensioen gematigd diende te worden tot 50% van het opgebouwde pensioen op de datum scheiding.

Noot 15 - Het ABP heeft zich nimmer gehouden aan de matiging van het pensioen tot 50% van het opgebouwde pensioen op datum scheiding. Nog erger het ABP verstrekt de laatste jaren geen opgave meer van het te verrekenen pensioen voor mannelijke ambtenaren, maar verstrekt aan de ambtenaar alleen een opgave welk pensioen hij met zijn ex-partner moet verrekenen, dus zonder enige vorm van onderbouwing. Een mannelijke ambtenaar kan dus niet vaststellen of het door hem te verrekenen pensioen gematigd dient te worden tot bedoelde 50%.

Noot 16 - In feite mag het ABP geeneens rekening houden met de indexeringen vanaf datum scheiding op het ouderdomspensioen en Bijzonder Nabestaandenpensioen, omdat dat niet gereglementeerd is onder de Abp-wet. En eigenlijk ook niet met de algemene bezoldigingswijzigingen zoals deze op het Bijzonder Nabestaandenpensioen toegepast zijn ( zie Noot 1) en in feite mag op het ouderdomspensioen alleen rekening gehouden met indexeringen vanaf het moment dat het ABP overging op de geindexeerde middelloonregeling.

Noot 17 - Ik kan me overigens voorstellen dat het ABP voor de verstrekte opgaven tot om en nabij 1 januari 1996 uitgegaan is bij de opgave van het te verrekenen pensioen alsof sprake was van een slapende ambtenaar omdat deze wijze van berekening het dichtst in de buurt kwam van de berekeningen die tot dat moment algemeen aanvaardbaar waren. Er werd geen rekening gehouden met indexeringen in de opgaven en de opgaven werden berekend op basis van de juiste tarieven. Aan de ambtenaar werd aangegeven dat het voor de hand lag dat beide ex-partners afspraken zouden maken op welke wijze het te verrekenen pensioen geïndexeerd wou worden.

Noot 18 - Noot 17 werd echter om zeep geholpen door het ABP bij de privatisering van het ABP per 1 januari 1996 zoals onder Noot 4 aangegeven. Vanaf om en nabij 1 januari 1996 had het ABP in haar opgaven van het te verrekenen pensioen rekening moeten houden met het Bijzonder Partnerpensioen zoals dat eind 1995 door het ABP is aangepast, zoals onder Noot 4 omschreven.

Noot 19 - Vanaf dat verschrikkelijke moment in Noot 4 heeft het ABP ingeval van overlijden van de ambtenaar bij de vaststelling van het Nabestaandenpensioen het volledig aangegroeide Bijzonder Nabestaandenpensioen in mindering gebracht op het Nabestaandenpensioen van de laatste partner. Voor de goede orde, het kan dus gaan om duizenden euro's die de ex-partner ten onrechte teveel krijgt en de laatste partner ten onrechte te weinig.

Noot 20 - Elke wijziging van het Bijzonder Nabestaandenpensioen heeft in feite vergaande consequenties voor het pensioen wat ambtenaren op het moment van hun pensionering moeten verrekenen met hun ex-partner. Waarom? Omdat onder het Boon/van Loon-arrest de waarde van het Bijzonder Nabestaandenpensioen voor de volle 100% in mindering gebracht werd op de totale waarde van de opgebouwde pensioenen op het moment van scheiding. Omdat het Bijzonder Nabestaandenpensioen wettelijk al volledig eigendom was van de meeverzekerde partner. Maar de toegenomen waarde drukt dus wel voor 50% op de hoogte van het te verrekenen pensioen. En daar heeft het ABP dus nooit rekening mee gehouden!

Elke stijging van het Bijzonder Nabestaandenpensioen heeft tot gevolg dat het Nabestaandenpensioen van een nieuwe partner (echtgenoot/geregistreerde partner en/of samenwonende ambtenaar) , zowel onder de Abp-wet als onder het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP,  in mindering gebracht wordt op het Nabestaandenpensioen op het moment van overlijden in plaats van op het moment van een nieuw huwelijk na datum scheiding.

Het ABP heeft zich als enige in Nederland in feite in een onmogelijke positie gemanoeuvreerd.  Er een enome puinhoop van gemaakt!

Noot 20a - Met zijn brief van 30 juni 2022 heeft de Ombudsman Pensioenen verklaart dat hij zich niet mag bemoeien met de (on)juistheid van de door het ABP verstrekte opgaven van het te verrekenen pensioen als gevolg van een scheiding van voor 1 mei 1995. Mogelijk was de Ombudsman Pensioenen op de hoogte van de brief van 12 januari 2022 aan het ABP

Noot 21 - De ex-partner van de ambtenaar kan zich nimmer beroepen op verjaring. Immers in het Burgerlijk Wetboek 3 onder artikel 178 1e lid staat vermeld dat te allen tijde verdeling van een gemeenschappelijk goed gevorderd kan worden.

Noot 22 - Naar mijn mening dient het ABP de stijging van het Bijzonder Nabestaandenpensioen zoals in artikel 15 van de Wet Privatisering ABP omschreven staat volledig terug te draaien. En alle Nabestaandenpensioenen van de weduwen van de al overleden ambtenaren met terugwerkende kracht, dus vanaf het moment van overlijden van de ambtenaar tr verhogen. Maar ook het Nabestaandenpensioen van de nog niet overleden ambtenaar.

Noot 23 - Als het Nabestaandenpensioen door het ABP gecorrigeerd wordt zouden in feite alle opgaven van het te verrekenen pensioen die niet gebaseerd zijn op de tarieven op het moment van scheiding gecorrigeerd moeten worden. In principe zouden alle toegepaste indexeringen ook gecorrigeerd dienen te worden.

Noot 24 - Bovenstaande is waarschijnlijk ook de oorzaak dat het ABP onder MijnABP geen informatie meer verstrekt en aan de betrokken ambtenaren aangeeft als ze informatie willen, dat ze maar contact moeten opnemen met het ABP en ........ wat vertelt u ze dan?

Noot 25 - Gaat het ABP niet over tot correctie van alle Nabestaandenpensioenen en/of Bijzondere Nabestaandenpensioen dan heeft dat verregaande positieve consequenties voor het te verrekenen pensioen door de ambtenaar. De tot dusver verrekende pensioenen en nog te verrekenen pensioenen zullen dan met terugwerkende kracht gecorrigeerd kunnen worden (in feite: moeten worden), wat dus zal leiden tot een drastische vermindering van het verrekende of nog te verrekenen pensioen van ambtenaren.

Noot 26 -
Elke gescheiden ambtenaar zou aan het ABP om een nieuwe opgave kunnen vragen van het te verrekenen pensioen, als gevolg van zijn scheiding Maar ook de nabestaanden van de gescheiden ambtenaar zouden zich met succes tot het ABP moeten kunnen wenden voor een herziening van het nabestaandenpensioen.
En wat denkt u van de schadeclaims die ex-partners kunnen indienen bij het ABP en/of het Rijk.

Weigert het ABP om tot correctie over te gaan dan kan elke gescheiden ambtenaar dat afdwingen door het te verrekenen pensioen met zijn ex-partner te stoppen of te verminderen met terugwerkende kracht.

In feite zou elke vermindering van het te verrekenen pensioen moeten plaatsvinden op basis van de tarieven zoals deze op het moment van scheiding toegepast hadden moeten worden, waarbij wel rekening gehouden zal moeten worden met de leeftijd van de ambtenaar op het moment dat de vermindering uitgevoerd moet worden.


Zie ook: Brief aan de Minister van Binnenlandse Zaken van 29 augustus 2022 als zijnde de baas van alle ambtenaren.

Zie ook: Abp-wet voorzien van commentaar of Indexpagina Website Pensioenweetjes linker kolom

Zie ook: Wet Privatisering van het ABP met commentaar

Zie ook: Brieven

Zie ook: Welke Boon van Loon berekening is nu juist?

PensioenScheiden                                                                                                8 september 2022                                                                                                                                                
P. G. J. Jung                                                                                               
Van Harenstraat 10                                                                                   
8471 JD  WOLVEGA                                                                                 

Minister van Binnenlandse Zaken
mevrouw Hanke Bruins Slot
Turfmarkt 147
2511 DP ’s-Gravenhage

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
mevrouw Karien van Gennip
Parnassusplein 5
2511 VX  ’s-Gravenhage

theogommer@gommeradvocaten.nl

M.Klerks@telegraaf.nl

w.van.benthem@telegraaf.nl

info@ombudsmanpensioenen.nl

spreekuur@omroepmax.nl

post@nationaleombudsman.nl

Mevrouw De Minister,

In de Wet Privatisering van het ABP is iets vreselijks misgegaan.  Dit heeft tot gevolg gehad dat voor ambtenaren die gescheiden zijn tussen
27 november 1981*1) en 1 mei 1995 alle Nabestaandenpensioenen, Bijzondere Nabestaandenpensioen, maar ook alle pensioenen die alle ambtenaren vanaf hun pensionering hadden moeten verrekenen met hun ex-partner foutief zijn vastgesteld.

Deze zullen gecorrigeerd moeten worden voordat het ABP over gaat op het nieuwe pensioenstelsel.

Ik verneem van u, op welke wijze u alle ambtenaren en/of de nabestaanden van al deze ambtenaren gaat informeren.

Met vriendelijke groet,
P.G.J. Jung

PensioenScheiden

Noot PensioenScheiden 01.10.2022 13.43: Mogelijk dat dit ook van toepassing is op scheidingen voor 27 november 1981, maar dan alleen wat betreft het Nabestaanden- en Bijzonder Nabestaandenpensioen!

Link naar uitleg of zie website PensioenScheiden Indexpagina

2022.09.29 VRAGEN AAN ABP

Vraag 01 - Alle Bijzondere Nabestaandenpensioen met betrekking tot actieve ambtenaren (=premiebetalend) zijn aangepast aan de berekeningsgrondslag per ultimo 1995. Ook m.b.t. scheidingen terug tot in de jaren zeventig?

Vraag 02 - Is het Bijzonder Nabestaandenpensioen voor ambtenaren uit dienst getreden na de datum scheiding ook aangepast op de berekeningsgrondslag op datum uit dienst treding?

Vraag 03 - Is alleen het Bijzonder Nabestaandenpensioen voor actieve ambtenaren aangepast aan de berekeningsgrondslag ultimo 2003?
en vervolgens ten onrechte verhoogd met alle indexeringen tot en met heden? En vervolgens nog erger in mindering gebracht op het nabestaandenpensioen van de huidige partner?

Formeel staat in de Abp-wet dat het BNP gebaseerd wordt op de stand van zaken alsof sprake is van overlijden op de dag van scheiding.
Nergens staat geformuleerd in de Abp-wet dat het Bijzonder Nabestaandenpensioen in aanmerking komt voor indexering, behoudens het moment van daadwerkelijke ingang.

E.e.a. impliceert ook dat het Bijzonder Nabestaandenpensioenen van een ambtenaar die na de scheiding niet opnieuw gehuwd is, ten onrechte is aangepast en het ABP dus ten onrechte voor Sinterklaas heeft gespeeld!

Vraag 03 - Wie zijn hier allemaal van op de hoogte en doen net alsof hun neus bloedt?


 

 


Laatstelijk aangepast: 01 oktober 2022