Vonnis Rechtbank Limburg Zaaknummer: 9295280 CV EXPL. 21-3098

Noot PensioenScheiden 27.07.2022 15.54: Genoemd vonnis ontving ik van het ABP tegelijk met de brief van 16 juni 2022 van het ABP gericht aan PensioenScheiden.

Vonnis van de kantonrechter van 5 januari 2022 in de zaak van:

wonend aan de
eisende partij
gemachtigde

Tegen de stichting STICHTING PENSIOENFONDS ABP, gedaagde partij

Het verloop van de procedure blijkt uit
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek

De feiten

2.1 ABP is op grond van de Wet privatisering ABP (hierna: WPA) de uitvoerder van de pensioenregeling ten behoeve van de overheid, onderwijs en daarmee gelieerde privaatrechtelijke lichamen (artikel 6 lid 2 WPA)

In de Pensioenwet staat voor zover relevant:

Artikel 32
Een pensioenuitvoerder heeft tot taal een pensioenovereenkomst uit ter voeren op basis van een uitvoeringsovereenkomst of een uitvoerings-reglement

Artikel; 35
1. De pensioenuitvoerder stelt een pensioenreglement vast in overeenstemming met de pensioenovereenkomst en de uitvoeringsovereenkomst of het uitvoeringsreglement

2.4 De .......... is, sedert 1 juni 1969, werkzaam geweest aan de Rijksuniversiteit Utrecht en was aldus deelnemer in de pensioenregeling van ABP. Hij bekleedde aanvankelijk de functie wan wetenschappelijk staflid, hoofdmedewerker, vervolgens met ingang 1 januari 1986 de functie van universitair hoofddocent en laatstelijk met ingang van 1 juni 1990 van hoogleraar in de ....... Sedert 1 juni 1990 was de heer ...... 50% in dienst van de Rijksuniversiteit Utrecht ne 50% in dienst van het Academisch Ziekenhuis te Utrecht.

2.5 De heer      is op 6 december 1982 gescheiden van zijn eerste echtgenote (hierna: ex-echtgenote) en is op 11 januari 1983 getrouwd met .....

2.6 Op grond van artikel H5 lid 1 van de Algemene Burgerlijke pensioenwet (hierna Abp-wet), die ten tijde van de echtscheiding gold, en uiteindelijk tot 1 januari 1996, werd het nabestaandenpensioen voor de gewezen echtgenoot van een deelnemer, het zogenoemde bijzondere nabestaandenpensioen (hierna ook: BNP) berekend aan de hand van het aantal dienstjaren gelegen voor de echtscheiding en het ouderdomspensioen dat aan de overledene moet worden uitgekeerd, welk ouderdomspensioen is gebaseerd op het laatstgenoten loon

Noot PensioenScheiden 27 juli 2022: 
De tekst in het vonnis is niet identiek aan de tekst in de Abp-wet.  Door niet uit te gaan van de tekst in de Abp-wet wordt de waarheid  geweld aangedaan.   In artikel H5 lid 1 in de Abp-wet wordt bijvoorbeeld nergens vermeld “dat het om een nabestaandenpensioen van de gewezen echtgenoot gaat”

Noot PensioenScheiden 27 juli 2022 17.30: Onder de Abp-wet werd onder Bijzonder Nabestaandenpensioen ook iets heel anders verstaan dan nu het geval is. Zie artikel A5 van de Abp-wet. Namelijk het nabestaandenpensioen van een samenwonende deelnemer. Zie wat dat betreft de laatste wijzigingen van de Abp-wet per 21.12.1995.

Noot PensioenScheiden 11.09.2022 17.20: Maar ook Bijzonder Nabestaandenpensioen wat toekwam aan de ex-partner als gevolg van de scheiding. Eén begrip met twee verschillende betekenissen, dat moest wel fout gaan.

Noot PensioenScheiden 27 juli 2022 17.50:  Als een deelnemer die samenwoonde overleed werd het bijzonder nabestaandenpensioen uitgekeerd op basis van de dienstjaren tot datum overlijden. Dit in tegenstelling tot een gehuwde deelnemer waar ook de dienstjaren van datum overlijden tot aan zijn pensionering meegeteld werden voor de vaststelling van het nabestaandenpensioen.


Noot PensioenScheiden 11.09.2022 17.13: In artikel G4 van de Abp-wet staat dat de ex-partner aanspraak maakt op Bijzonder Nabestaandenpensioen als de ambtenaar op de dag van het vonnis zou zijn overleden. Een overleden ambtenaar komt niet meer in aanmerking voor algemene bezoldigingswijzigingen, laat staan carriere stijgingen.

2.7 Ingevolge artikel 8a Pensioen- en Spaarfondsenwet (PSW), met ingang van 1 januari 1996 van toepassing op het ABP, werd de aanspraak op BNP berekend aan de hand van het aantal dienstjaren tot de echtscheiding en het inkomen op het moment van scheiding

Noot PensioenScheiden 27.07.2022 16.40: Onder artikel H1 van de Abp-wet is dat op identiek dezelfde wijze ook zo bepaald. Ik neem over: Artikel H1.1 Het pensioen van de nabestaande van een ambtenaar bedraagt 5/7 van het pensioen waarop de ambtenaar recht of uitzicht zou hebben gehad, indien hem met ingang van de dag na die van zijn overlijden ontslag was verleend, of als hij reeds was ontslagen, indien zijn recht op wachtgeld met ingang van de dag na die van zijn overlijden was geëindigd.

2.8 Met ingang van 1 januari 1996 is de WPA in werking getreden, is de Abp-wet ingetrokken en is het op de WPA gebaseerde pensioenreglement van de privaatrechtelijke ABP gaan gelden. Artikel 15 WPA luidt:

In het pensioenreglement van ABP kan worden bepaald dat de aanspraken op bijzonder nabestaandenpensioen van de gewezen echtgenoot van degene die op 31 december 1995 ambtenaar is na die datum overheidswerknemer in de zin van deze wet, wiens echtscheiding voor of uiterlijk op de genoemde datum tot stand is gekomen , worden vastgesteld met inachtneming van de berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel F4 van de Abp-wet, voor het jaar 1995.

Noot PensioenScheiden 11.09.2022 17.23: Ik zou zeggen, lees de Abp-wet nog maar eens een keertje door per 21 december 1995.

2.9 In de Memorie van Toelichting op artikel 15 WPA staat voor zover relevant:

Noot PensioenScheiden 27.07.2022 17.00: Wat onder 2.9 omschreven staat zijn de problemen die ontstaan in de nieuwe Pensioenwet (of Wet VPS) die met ingang van zo mogelijk 1 juli 2022 gaat gelden als algehele conversie moet worden toegepast. Als gevolg van het feit dat onder de Abp-wet vastgelegd zou zijn dat het Bijzonder Partnerpensioen op basis van de dienstjaren tot datum scheiding van jaar tot jaar aangepast is op de berekeningsgrondslag 1995 en wat in dit dossier in feite geeneens meegenomen is de aanpassing van het Bijzonder Partnerpensioen op basis van de berekeningsgrondslag 2003.

Noot PensioenScheiden: zie brief d.d. 08.09.2022 aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

2.10 In artikel 18.20 lid 3 van het pensioenreglement St Pensfnds ABP 1996 (PR) staat:
In afwijking van het eerste en tweede lid geldt dat het uitzicht dat de gewezen echtgenoot van de ambtenaar die zijn dienstverhouding waaraan hij het ambtenaarschap ingevolge de Abp-wet ontleende  na 31 december 1995 voortzet, op 31 december 1995 heeft ingevolge de Abp-wet, wordt bepaalde met inachtneming van de berekeningsgrondslag van het jaar 1995.

2.11 De heer          ontving met ingang van 1 januari 2003 een ouderdomspensioenuitkering van het ABP.

2.12 De heer       is op 27 augustus 2020 overleden. Mevr.      ontvangt sinds 28 augustus 2020 een nabestaandenpensioen (NP). De ex-echtgenote ontleent aan het overlijden van de heer        een bijzonder nabestaandenpensioen

4.4        legt het geheel van deze bepalingen zodanig uit dat de fixatie van de berekeningsgrondslag op het loon van 1995 in strijd is met de PSW en voor haar nadelig is (1995 in plaats van 1982), maar uit het voorgaande volgt dat van strijd met de PSW geen sprake is. Voorts heeft ABP met juistheid uiteengezet dat deze wijziging voor           juist voordeliger is. Immers, zou geen gevolg zijn gegeven aan de “kan-bepaling”  in artikel 15 WPA, deze fixatie achterwege gebleven en het systeem van de Abp-wet voortgezet, dan zou het gevolg zijn geweest dat het BNP berekend zou zijn over het loon dat de heer             voor zijn pensionering in 2002 ontving (2002 in plaats van 1995). Het voor het NP overblijvende deel zou dan lager zijn geweest

Noot PensioenScheiden 27.07.2022 17.42:  Uit twee in mijn bezit zijnde dossiers blijkt dat het Bijzonder Nabestaandenpensioen ook nog aangepast zou zijn op de berekeningsgrondslag voor het jaar 2003!  Waarom het ABP dat ten onrechte in 2002 in dit dossier niet gedaan heeft vind ik eigenlijk merkwaardig.

4.5 Geen strijd met de wet dus en ook geen strijd met het recht zoals volgend uit het arrest Boon/van Loon, zoals        heeft betoogd. Dat arrest heeft immers met name betrekking op de verdeling van aanspraken op het ouderdomspensioen en heeft geen gevolgen voor de reeds opgebouwde aanspraken op het BNP.

Noot PensioenScheiden 27.07.2022 21.43:  Geen gevolgen voor de reeds opgebouwde aanspraken op het BNP, maar wel degelijk gevolgen voor de verrekening van het ouderdomspensioen. Immers als het ABP naar mijn mening volledig onterecht in het gelijk gesteld zou worden door welke Rechtbank dan ook, dan zijn alle door het ABP vervaardigde Boon/van Loon-berekeningen vervaardigd na 31 december 1995 niet juist. De stijging van het Bijzonder Partnerpensioen als gevolg van de aanpassingen vanaf  
31 december 1995 tot en met 31 december 2003 dienen alsnog op één of andere wijze in de Boon/van Loon-berekening opgenomen te worden en leiden op deze wijze tot een verlaging van het te verrekenen pensioen.  Vanaf om en nabij het jaar 2000 is het ABP gaan rekenen met de tarieven op het moment van de aanvraag.  In de berekening wordt rekening gehouden met de aangroei van het Ouderdomspensioen en het Bijzonder Nabestaandenpensioen. Het ABP heeft altijd beweerd dat de stijging van het Bijzonder Nabestaandenpensioen op basis van de indexeringen voor gewezen deelnemers heeft plaatsgevonden. Eerst in 2022 is gebleken dat het Bijzonder Nabestaandenpensioen op basis van de dienstjaren tot datum scheiding per 31.12.1995 en voor nog niet gepensioneerde deelnemers zelfs tot 31.12.2003  op basis van de eindloonconstructie is aangepast.  Je kan je afvragen waarom het ABP in de door haar vervaardigde berekeningen nimmer rekening gehouden heeft met het (ten onrechte)verhoogde Bijzonder Partnerpensioen. 

 
Noot PensioenScheiden 27 juli 2022 22.45: Volgens het huwelijksvermogensrecht kan de verdeling van de aanspraken op basis van het Boon/van Loon-arrest alleen uitgevoerd worden op de datum scheiding. De waardering van de toegezegde aanspraken op datum scheiding (lees: datum van de boedelscheiding) kan alleen plaatsvinden op basis van de tarieven op het moment van scheiding. In de boedelscheiding kan de waardering van de aanspraken eenmalig verrekend worden. Als niet gekozen wordt voor de eenmalige verrekening wordt  automatisch gekozen voor de verrekening van het pensioen op de datum pensionering. Het eenmalige bedrag wordt op de datum scheiding dan teruggerekend naar het te verrekenen ouderdomspensioen.    

Immers in BW 3 artikel 178 1e lid  en BW 3 artikel 179 tweede lid staat vermeld dat te allen tijde een nadere verdeling kan worden gevorderd, indien bij een verdeling tot de gemeenschap behorende goederen zijn overgeslagen.


Laatstelijk aangepast: 11 september 2022

 

Terug naar Indexpagina PensioenScheiden