Is het terecht dat alle pensioenen van gepensioneerde deelnemers gekort worden? (en dus ook van ex-partners!)

Over het verschil tussen een verzekeraar en een pensioenfonds ten aanzien van de kortingsmogeljkheid wordt in de memorie van toelichting bij de Pensioenwet onder meer het volgende opgemerkt:

Verzekeraars:
In geval van onderbrenging van de pensioenovereenkomst bij een verzekeraar gaat de verzekeraar verplichtingen aan waarvan het niveau van tevoren is vastgesteld. ook de contractsduur alsmede de premie die de werkgever de verzekeraar betaalt worden vooraf afgesproken. er is derhalve een directe relatie tussen de premie en (de opbouw van) pensioen. Indien de werkgever de premie niet betaalt wordt die relatie doorbroken. Stopzetting van de betaling van de premie door de werkgever zal tot gevolg hebben dat de verzkeraar de pensioenverzekeringen van de deelnemers premievrij maakt of deze - indien de verzekering geen premievrije waarde heeft, zoals bij verzekeringen op risico basis het geval is - laat vervallen. Aanspraken (op toekomstig pensioen) en rechten (reeds ingegane pensioenuitkeringen) die zijn opgebouwd voordat de werkgever de premiebetaling staakte blijven in stand.

Pensioenfondsen:
Anders dan bij verzekeraars is er bij pensioenfondsen doorgaans geen sprake van een directe relatie tussen premiebetaling enerzijds en uiteindelijke uitkering anderszijds. Dit vloeit voort uit het feit dat de raltie tussen een werkgever en een pensioenfonds van geheel andere aard is dan de relatie tussen een werkgever en de verzekeraar. De relatie tussen werkgever en pensioenfonds heeft in principe een onbeperkte duur. Pensioenfondsen hebben de mogelijkheid de premie aan te passen wanneer dat nodig is binnen de in de uitvoeringsovereenkomst overeengekomen grenzen. De relatieve zekerheid van pensioenfondsen over de omvang van hun deelnemersbestand en de relatie met de werkgever op de lange termijn, maken het voor pensioenfondsen mogelijk om bij een eventueel tekortschietend vermogen een beroep te doen op de deelnemers. (...) Zolang de financiële situatie van het pensioenfonds het toelaat, heeft het pensioenfonds de plicht om de pensioenopbouw te continueren en de reeds opgebouwde rechten ongewijzigd te laten. (...) In de praktijk blijkt overigens dat de reeds opgebouwde aanspraken en rechten van gewezen deelnemers zelden gewijzigd worden. Als de financiële situatie van een pensioenfonds aanleiding geeft tot maatregelen, komen deze meestal ten laste van de deelnmers in de vorm van hogere premie of versobering van de regeling met betrekking tot de toekomstige opbouw van pensioen. Een pensioenofnds dient over aanpassing van bestaande rechten en aanspraken advies te vragen aan de deelnemersraad.


Van de (harde)gulden naar de euro
Met ingang van 1 januari 2001 zijn we overgestapt van de gulden op de euro. In een hoog tempo werd ons huishouden dubbel zo duur. Wie van ons rekent nog steeds de prijzen om van euro's naar guldens? Ik soms nog wel. Krijg dan van mijn partner te horen, dat ik dat niet meer mag doen!

Waarom eigenlijk niet? Iedereen die omstreeks die tijd met pensioen is gegaan, zal zich dat tot in lengte van dagen blijven afvragen. Het merendeel van deze mensen had immers een goed pensioen. Met name op had!
Nu zou je kunnen zeggen: Dat dat duur opgebouwde ouderdomspensioen gehalveerd is! Met 50% gedaald!

Toegezegde aanspraken (dus ook vaste aanspraken)
Tot 1 januari 2000 kregen veel Nederlanders een toezegging van pensioen op basis van een 70% eindloonregeling, een pensioen ter grootte van zeg maar 70% van het laatstgenoten salaris inclusief de te zijner tijd uit te keren AOW. Vanaf 1 januari 2000 stopten in een ras tempo alle werkgevers met het toezeggen van een eindloonsysteem en gingen over op (al dan niet geïndexeerde) middelloonsytemen, een pensioen ter grootte van 1,75% van de som van alle salarissen vanaf de 25-jarige leeftijd tot de pensioendatum, bijvoorbeeld de 65-jarige leeftijd. De bijdrage van de deelnemer varieerde van niets tot een percentage van het pensioen(gevend)salaris of bijv. een derde van de premie. Waarom gingen de werkgevers over op andere systemen (het grote bedrog!)?

Rekenrente
Tot ruimschoots na 1 januari 2001 rekenden we in Nederland nog met een rekenrente van 4%. Werd in enig jaar meer rendement gemaakt dan deze 4%, dan werd het meerdere of in de vorm van een toeslag aan de deelnemer (lees indexatie) of in de vorm van een korting op de premie, teruggegeven aan de werkgever.

Tot de Nederlandsche Bank (31 december 2009?) in al haar wijsheid besloot om over te gaan op de marktrente of de risicorente. De huidige markrente waar nu rekening mee gehouden wordt, ligt rond de 1%.

We worden gemiddeld (veel) ouder (Tarief)
Voor € 1 levenslang uit te keren pensioen werd tot ver in de jaren negentig rekening gehouden met een factor 14. Globaal komt het erop neer dat de gemiddelde levensverwachting om en nabij de 79 lag. Tegenwoordig is een factor van rond de 18 eerder regel dan uitzondering. Doordat mensen gemiddeld steeds ouder worden, moesten pensioenuitvoerders van tijd tot tijd overstappen op nieuwe tarieven, de de lading dus beter dekten. Als overgestapt werd op nieuwe tarieven, gingen de opgebouwde aanspraken tot en met dat moment met gesloten beurs over. Met andere woorden, de aanspraken wijzigden niet.

In feite zou al sprake moeten zijn van een Individuele spaarpot (lees netto reserve)
Op het moment van pensionering zou in de spaarpot in ieder geval de reserve die nodig is om het ouderdomspensioen uit te keren tot de gemiddelde levensverwachting moeten zitten. Het uit te keren pensioen wordt hierop in mindering gebracht, waardoor als bijvoorbeeld rekening gehouden wordt met een toekomstige rekenrente (rendement) van 1% de reserve minder snel zal stijgen. Leeft iemand langer dan de gemiddelde levensverwachting op het moment van pensionering, dan is de pot sneller leeg en komt de pensioenuitvoerder tekort.

Bedrijfstakpensioenfonds (BTPF)
Alle werknemers die behoren tot een bepaalde bedrijfstak, zoals bijvoorbeeld de Grootmetaal (PME) en de Kleinmetaal (PMT) werden wettelijk verplicht om hun werknemers een bepaald pensioen toe te zeggen. Werkgevers werden wettelijk verplicht om hun werknemers aan te melden en de hiervoor gevraagde premie af te dragen aan het BTPF. Als sprake was van hele grote werkgevers, konden ze dispensatie krijgen. Het pensioenfonds moest dan wel kunnen aantonen dat ze minimaal de aanspraken toezeiden die het BTPF geeft.

Ondernemingspensioenfonds/Pensioenverzekeraar of in Eigen Beheer
Zo'n gedispenseerde werkgever kon zich hiervoor verzekerd hebben bij een pensioenverzekeraar (bijvoorbeeld Nationale Nederlanden of AEGON en vele andere) maar kon dat ook doen in Eigen Beheer (zoals bijvoorbeeld Stichting Pensioenfonds Siemens, overigens gestopt per 1 april 2011, valt nu weer volledig onder PME)
De achterliggende redenen waren divers. Veel werkgevers bleven liever zitten bij de pensioenverzekeraar waar ze al zaten. Er waren ook werkgevers die vonden dat ze hetzelf goedkoper konden doen! Achteraf kan afgevraagd worden, of ze zich wel aan alle spelregels gehouden hebben!

Als pensioen is toegezegd aan een werknemer wordt (naar mijn mening) er ten onrechte gekort *1)
De deelnemer zou niet gestraft mogen worden als de werkgever pensioen heeft toegezegd in de vorm van een aanspraak. Alle bovengenoemde risico's liggen dan bij de werkgever*2), als naar de maatstaven van de Nederlandsche Bank te weinig reserve in de pot zit. De betrokken werkgevers hebben dan immers te weinig premie afgedragen. Of de betrokken pensioenverzekeraars en bedrijfstakpensioenfondsen hebben te weinig premie gevraagd aan de werkgever.

*1) Als de deelnemer gestraft wordt, wordt de ex-partner eveneens gestraft. Immers het te verrekenen of te verevenen pensioen wordt in dezelfde mate gekort!

*2) Als de werkgever niet meer bestaat, bijvoorbeeld als gevolg van een faillissement, kan het tekort niet meer verhaald worden op de werkgever! Dan wel korten?

Met ingang van 1 april 2011 valt Stichting Pensioenfonds Siemens (SPS) weer volledig onder PME
Steeds meer (ondernemings)pensioenfondsen houden er mee op. De reden die hiervoor gegeven wordt is veelal, de toenemende regeldruk en stijgende uitvoeringskosten (bron: Financieel Dagblad van 30 juli 2019).
Als reserves overgedragen worden, kan je je afvragen welke reserves er precies overgedragen worden.
Is dat de reserve op basis van de dekkingsgraad zoals deze op dat moment van toepassing was bij PME?
Moesten de aanspraken van SPS gekort worden of heeft SPS een koopsom gestort?
Is Siemens op enigerlei wijze nog aan te spreken als haar oud-deelnemers dreigen gekort te worden?

Zijn uitvoeringskosten en toenemende regeldruk echt de oorzaak? Naar mijn mening is dat niet de belangrijkste reden. SPS en in feite Siemens zelf heeft, denk ik, zich ingedekt tegen de vergrijzing en voorzien dat ze in de toekomst beduidend duurder uitgeweest zouden zijn, als gevolg van de toezegging die ze aan hun eigen werknemers hebben gedaan. Is dit richting hun eigen werknemers nu een vorm van verraad geweest?

ECLI:NL:PHR:2019:954 - ECLI:NL:HR:2019:2035

Uit deze zaak blijkt dat een pensioenfonds (PMT) de mogelijkheid heeft om te korten, welke mogelijkheid een verzekeraar niet heeft.

Noot 23.04.2020 09.35: De zaak gaat overigens om een collectieve waardeoverdracht van Nationale Nederlanden naar PMT, waarbij een gepensioneeerde zich afvraagt of hij geïnformeerd had moeten worden door PMT bij de waardeoverdracht dat zijn pensioen misschien in de toekomst gekort kan worden. Als zijn pensioen bij NN gebleven zou zijn, zou het pensioen nimmer gekort mogen worden!

Noot/Vraag 23.04.2020 09.49: Zou het niet logischer geweest zijn als NN hem daarover had moeten informeren?

Het verweer van PMT dat het begin 2009 een feit van algemene bekendheid was dat pensioenfondsen de mogelijkheid hebben om opgebouwd pensioen te korten, waartegen zij niet hoefde te waarschuwen, faalt.

Noot AFM 06.03.2017: Hoewel momenteel onduidelijk is welke nieuwe pensioencontacten in een toekomstig pensioenstelsel mogelijk gemaakt worden, ziet de AFM een globale verschuiving in de risico's van pensioenopbouw. Waar bij een uitkeringsovereenkomst de werkgever en, steeds meer, het collectief van deelnemers de risico's dragen, is er een opkomst van de premieovereenkomst waarbij de individuele deelnemer de risico's draagt en hierbij zelf keuzes mag maken.

3.13 Gepensioeneerde heeft gesteld dat als hij was geinformeerd over de kortingsmogelijkheid van PMT, hij bezwaar zou hebben gemaakt tegen de waardeoverdracht van NN onder PMT.

3.50 Ten slotte is nog op te merken dat, anders dan een pensioenfonds, een verzekeraar niet de bevoegdheid heeft om op grond van artikel 134 PW over te gaan tot het verlagen van verworven pensioenaanspraken en pensioenrechten. Een verzekeraar is immers contractueel gebonden om uit te keren wat overeengekomen is met de verzekerde.

Noot/Vraag 23.04.2020 09.49: Is dat bij een Bedrijfstakpensioenfonds niet het geval?

 

 


Laatstelijk aangepast: 23 april 2020

Terug naar: PensioenScheiden