ABP - Verrekening pensioen te hoog

Betreft: Berekening volgens het Boon van Loon arrest

De heer X is werkzaam bij een werkgever die onder Pensioenfonds ABP valt.

De heer X is in november 1990 van de echt gescheiden en heeft van het ABP onderstaande berekening ontvangen. Gezien de hoogte van het ongehuwde Ouderdomspensioen heb ik vraagtekens gezet bij deze berekening. De waarde van het ongehuwdenpensioen trekt mijns inziens de hele berekening scheef.

Berekening (Boon van Loon) ontvangen van het ABP

  Aanspraak Contante waarde Faktor Pensioen Y
OP € 7.852,58 28.151,50 3,585  
Ong pensioen € 9.362,25 19.941,59 2,13  
Bijzonder NP € 5.718,93 5.244,26 0,917  
         
Totaal CW   53.337,35    
         
De helft v/d CW   26.668,68    
Af: CW Bijz NP   5.244,26    
Te verrekenen   21.424,41 3,585 € 5.976,13

De faktoren zijn vastgesteld op basis van een rentevoet van 4% en van de sterftetafels Gehele bevolking
mannen 1985 en 1990 en vrouwen 1985 - 1990

Mijn berekening pensioenaanspraken pensioenfonds Y

Man x Datum scheiding Gebdt man x Gebdt vrouw y Inkomen 1988
  01.11.1990 01.05.1954 01.10.1945 31.207,72
Leeftijd   36,41667 45,08333  
        Inkomen 1989
Diensttijd 03.09.1974 - 19.12.1975 Franchise gehuwd Franchise ong 33.301,70
Diensttijd 01.04.1976 - 01.11.1990 (9.689,57:2)x 20/7 6.709,59x 10/7  
    = = Gemiddeld inkomen
AOW gehuwd 01.07.1990 € 9.689,57 13.482,24 9.585,13 32.254,71
AOW ongehuwd 01.07.1990 € 6.709,59      

 

Diensttijd art F7.1 01.09.1974 tot 01.01.1986 = 11 jaar
Diensttijd art F7a.1 01.01.1986 tot 01.11.1990 = 4,83333 jaar
   
OP artikel F7.1 11 x 1,75 x 32.254,71 = 6.209,03
OP artikel F 7a.1 4,83333 x 1,75 x (32.254,71 - 13.842,24) = 1.557,13
Totaal OP 6.209,03 + 1.557,13 = 7.766,16
Ongehuwde pensioen 4,83333 x 1,75 x (13.842,24 - 9.585,13) = 360,08
   
Bijzonder NP 5/7 van 7.766,16 = 5.547,25

De verschillen in de opgegeven aanspraken en de door mij berekende aanspraken wat betreft de aanspraken van het ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen zijn nagenoeg gelijk.

Waar het mij omgaat is de berekening van het ongehuwdenpensioen. Uit het pensioenreglement van het ABP blijkt dat met de berekening van de pensioenaanspraken voor dienstjaren tot 1 januari 1986 er nog geen rekening gehouden werd met de AOW. Eerst vanaf 1 januari 1986 is dat dus het geval.

In de berekening voor dienstjaren van 1 januari 1986 tot 1 november 1990 wordt al rekening gehouden met de gehuwden AOW door middel van een franchise. Voor het vaststellen van het ongehuwdenpensioen kan daarom alleen nog maar rekening gehouden worden met het verschil tussen beide AOW's (franchises).

In de berekening volgens het Boon van Loon arrest zou al een ongehuwden pensioen opgebouwd zijn van € 9.362,25.
De totale gehuwde AOW bedraagt alleen bijna dat bedrag. Kortom de berekening treft volledig scheef, waardoor de berekende contante waarde van het ongehuwdenpensioen te veel drukt op het uiteindelijke resultaat.

Ik heb daarom aan pensioenfonds Y gevraagd om een gefundeerde onderbouwing van hun cijfers. Tot op heden weigeren ze die te verstrekken. De door hun berekende opgave is juist en daar blijven ze bij.

Ik heb de zaak daarna voorgelegd aan de Ombudsman Pensioenen. Bij het antwoord wat ik terugkreeg zat in één keer een andere berekening, een andere aanspraak voor het ongehuwden pensioen, maar ook andere factoren. Tevens werden de notatie factoren vermeld. De a-tjes moeten allemaal wat hoger staan, maar dat krijg ik onderstaand niet voor elkaar. De contante waarde van het ouderdomspensioen nam toe. De aanspraak van het ongehuwdenpensioen nam af en daarmee uiteraard ook de contante waarde van het ongehuwdenpensioen. Het te verrekenen pensioen bleef echter gelijk.

  Aanspraak Contante waarde Faktor Pensioen Y Notatie factor
OP € 7.852,58 44.877,49 5,715   65-x|ax
Ong pensioen € 1.509,67 3.215,60 2,13   65-x|ax -/- 65-x|axy
Bijzonder NP € 5.718,93 5.244,26 0,917   a x/y
           
Totaal CW   53.337,35      
           
De helft   26.668,68      
Af: CW Bijz NP   5.244,26      
Te verrekenen   21.424,41 3,585 5.976,13 65-x|axy

De gehanteerde factor van 3,585 voor het ouderdomspensioen van een ruim 36 jarige man in de eerste berekening is mijn inziens actuarieel juist (faktor op alleen het leven van de man).

Naar ik nu begrepen stelt het pensioenfonds dat het te verrekenen ouderdomspensioen afhankelijk is van het in leven zijn van de verzekerde en gebruikt daarom voor de omrekening van de aanspraken een tarief op twee levens.

In het Boon van Loon arrest wordt alleen gesproken over de waarde op het moment van scheiding.

De gehanteerde factor van 5,715 hoort mijns inziens thuis bij een man van om en nabij de 49. Dus veel te hoog.

Ik verneem graag uw mening!

Graag per mail naar: info@pensioenscheiden.nl

Zie ook: ABP pensioenreglement t/m 31.12.1995

KPN Pensioen ( scheiding 2 juni 1989)
Met haar brief van 3 augustus 2012 laat KPN pensioen aan een aan mij bekende werknemer het volgende weten:

Het Boon van Loon arrest uit 1981 geeft aan dat de waarde van de totaal opgebouwde pensioenen moet worden verdeeld zoals die luidt op de echtscheidingsdatum. In het arrest wordt niet ingegaan, welke componenten van het ouderdomspensioen wel of niet moeten worden meegenomen. Daarom nemen wij als uitgangspunt voor de berekening het totaal van alle opgebouwde pensioenaanspraken inclusief het ouderdomspensioen indien ongehuwd(OPO).
Voor wat betreft de tarifering voor omrekening van de waarde naar een pensioenaanspraak geeft het arrest Boon/Van Loon eveneens geen uitsluitsel. Het arrest geeft aan dat verrekening plaats dient te vinden, mede met inachtneming van de eisen van redelijkheid en billijkheid.

We hebben uw zaak nog eens grondig bestudeerd en komen tot de conclusie dat er bij de omrekening van de waarde naar een aanspraak, het tarief op alleen het leven van de deelnemer beter aansluit bij de "redelijkheid en billijkheid" dan dat er op basis van een tarief op twee levens wordt gerekend.

In deze zaak werd in een mail van 17 juli 2012 aan KPN Pensioen de volgende opmerking gemaakt m.b.t. het OPO:

U stelt dat de waarde van het OPO meegerekend dient te worden op basis van een latent recht dat mogelijk nog tot uitkering komt in de toekomst. Het omgekeerde kan ook het geval zijn, dat het nooit wordt uitgekeerd in de toekomst. Dit impliceert dat ik zo lang als ik leef en getrouwd blijf hiervan een deel heb betaald aan mijn ex waar ik zelf niets voor terug ontvang. Gezien Boon/Van Loon ook zegt dat alles in redelijkheid en billijkheid dient te geschieden is in uw berekeningswijze hier geen sprake van en stel ik dan ook dat uw berekeningswijze niet conform deze uitspraak is.

In deze zaak werd m.b.t. tot het OPO en de tarifering ook de volgende opmerking geplaatst:

U stelt dat partijen in redelijkheid en billijkheid de verdeling dienen te bepalen. Dat het OPO en tarifering op twee/eén leven ook ter uinvulling liggen bij de twee partijen en dat het pensioenfonds hierin administrateur is en faciliteert. Aangezien u berekeningen uitvoert is uw bemoeienis wel degelijk een feit waarbij u zich blijkbaar onvoldoende rekenschap geeft dat dit van invloed kan zijn op een gerechtelijke uitpsraak en is hierdoor een indirecht uitkeringsrecht wel degelijk gecreeerd. Als pensioenfonds dient u in mijn optiek onafhankelijk te zijn en in deze zaak bent u dat duidelijk niet. U heeft op een verkeerde wijze betrokkenheid getoond en dat neem ik u zeer kwalijk.

Laatstelijk aangepast: 30 augustus 2015

Terug naar: PensioenScheiden