Eerlijk
delen?

Homepage
Waarom deze site?
Wie ben ik?
Links
Beantwoording
Berekeningen
Copyright

Pagina 2
Wie vraagt aan?
Ex niet te vinden
Verevening
Rekenregels:
- Wet VPS
- Boon van Loon
Convenant
Info aan ex
Uitstel pensioen
Reparatie
Geen verevening
Partnerpensioen
Op risicobasis?
Rijksoverheid (link)
Wezenpensioen
Wet VPS uitsluiten
Afstand NB-pensioen
Opzettelijk verzwijgen

Pagina 3
Buitenlands pensioen
Buitenlands huwelijk
Welke rechtsmacht
Conservatoir beslag
Conversie
Toestemming
Andere verdelingen
Inzichtelijk maken
Kosten verzekeraar
Kosten advocaat
Offerte
Overlijden
Alimentatie en:
-Pensioen
-Pré-pensioen
Tijdelijk pensioen
Verjaring BW3 178
Oproep
Fiscus en pensioen
Fiscus en kosten

Pagina 4
Einde samenwonen
Flitsscheiding
Geschiedenis:
Partnerpensioen 1973
Boon van Loon 1981
Verevening 1995
Huwelijkse voorwaarde
Wet VPS of
Boon van Loon
Sch van Tafel en Bed
Hertrouw
Waarde-overdracht :
mbt scheiding
mbt partnerpensioen

Pagina 5
Pensioenverweer
Tijdig aanvragen!
Niet tijdig?
Bijzonder Partnerpens
Eerder met pensioen
Uitstel pensioen

Uitleg dmv cijfers
:
Normale verdeling
Wettelijke conversie
Algehele conversie
Conversie ja of nee
Boon van Loon
Plus Art. 30-70

Pagina 6 (Eerlijk?)
De helft?
Conversie ABP?
Algehele conversie 1?
Waarde-overdracht 1?
Verduistering (B)PP?
Samenwoning?
Vereveningsgrens?
Indexering?
Communicatie?
Partnerpensioen?
WVPS voor nov '81?
Boon van Loon:
- verjaart het?
- eerlijk?
- controle cijfers?

Pagina 7
U zoekt een advocaat
Kantonrechter
Probleem advocaat
Nuttige adressen
Waar moet ik zijn?
Grens verevening
Indexering/toeslagen
Info door verzekeraar
Klacht Ombudsman
Advocaat toevoeging
Rechtsbijstand vzi

Pagina 8
Telegraaf 30.04.2011
Boon van Loon Info
-Welke aanspraak
-Uitstelfinanciering
-Uitspraken rechtbank
-Haviltex-Criterium
-Indexering
-27.11.1981 heilig?
-Berekening is juist?
-Berekeningsdatum!
-Juiste tarief!
-Afstempelen

Pagina 9
Siemens

Pagina9a
Rechtsongelijkheid

Pagina10
Tariefsgrondslagen

Pagina11
Boon van Loon arrest

Pagina11a
Arresten mbt BvL

Pagina 12
Waar heeft u recht op

Pagina 13
Backservice!!!!!
Het grote bedrog!

Pagina 14
Evaluatie Wet VPS
Brief 24.06.2009

Pagina 15
Brief 15.10.2015

Pagina 16
Nationale Nederlanden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Helft? 66%!

De meeverzekerde ex-partner heeft recht op de helft (50%)van het pensioen opgebouwd tijdens de huwelijkse periode. Daarnaast heeft de meeverzekerde ex-partner (veelal) recht op een Bijzonder Partnerpensioen (ongeveer 16%). Dit pensioen komt tot uitkering als de verzekerde ex-partner komt te overlijden. Het verevende pensioen vervalt dan. De opbouw van dit Bijzondere Partnerpensioen kan ook onttrokken zijn aan het privé-vermogen, maar valt wel buiten de boedelscheiding. De verzekerde partner raakt dus veel meer kwijt dan de helft van zijn of haar pensioenvermogen, namenlijk plus minus 66%. Eerlijk? Nee!

Conversie o.a. ABP en Zorg en Welzijn

In het geval van wettelijke conversie zou de helft van de waarde van het te verevenen ouderdomspensioen vermeerderd met de waarde van het Bijzonder Partnerpensioen als zelfstandig ouderdomspensioen op het leven van de medeverzekerde partner weggezet moeten worden.

Als gevraagd wordt op te geven wat de aanspraken en de daar tegenover staande contante waarde (= de reserve) is, wordt een opgave verstrekt gebaseerd op twee levens. De pensioenuitvoerder stelt, dat het verevende pensioen alleen uitgekeerd wordt als de verzekerde deelnemer in leven is. De pensioenuitvoerder maakt van de Wet VPS een verzekering.

In een uiteraard aan mij bekende zaak wordt in feite daardoor maar 30% van het te verevenen opgebouwde ouderdomspensioen tijdens de huwelijkse periode geconverteerd in plaats van 50%. Eerlijk? Absoluut niet!

Zie ook: Wettelijke of algehele conversie

Algehele conversie 1 (geen medewerking)

Bij scheiding wordt normaal gesproken het hele vermogen (niet zijnde pensioen) door twee gedeeld, echter:

het totale pensioenvermogen (de waarde van het ouderdomspensioen vermeerderd met de waarde van het bijzonder partnerpensioen) zou ook gedeeld kunnen worden. Beide ex-partners krijgen dan aanspraak op een zelfstandig pensioen, wat veelal hoger is dan het verevende pensioen. Er zijn verzekeraars die hieraan hun medewerking niet willen verlenen. Eerlijk? Nee!

NB. Hier is ook een andere oplossing voor mogelijk.

Zie ook: Pagina 3 - Andere verdelingen

Algehele conversie 2
Allebei 50% van het pensioenvermogen? Ja? Nee!

Je komt met elkaar overeen om het pensioenvermogen precies door midden te delen. Je komt overeen de waarde van de aanspraken van het ouderdomspensioen en het partnerpensioen bij elkaar op te tellen en door 2 te delen.

De tot het moment van scheiding meeverzekerde ex-partner krijgt daarmee aanspraak op een zelfstandig pensioen op haar of zijn leven en is niet meer afhankelijk van het leven of overlijden van de verzekerde partner.

Er zijn verzekeraars die de Wet VPS zien als een vorm van verzekering. Er wordt gesteld dat 50% van de opbouw gedurende de huwelijkse periode alleen uitgekeerd zou worden, als beide partners in leven zijn.
De overeengekomen waarde wordt dus niet gedeeld, maar de helft van de aanspraak wordt gedeeld. Door deze stelling toe te passen wordt er minder dan 50% van de waarde uit het pensioenvermogen gehaald.

De verzekerde houdt meer dan 50% over, de ex krijgt minder dan 50% van het vermogen.

De verzekeraar zegt mee te werken aan de beoogde verdeling, maar doet dat niet.
Eerlijk? Nee!

Waarde-overdracht (1)

Werknemers veranderen van werkkring. Het pensioenvermogen wordt dan vaak overgedragen naar de verzekeraar van de nieuwe werkgever. Indien iemand nadien van de echt scheidt, kan het zijn dat in dit overgedragen pensioenvermogen sprake is van een voorhuwelijkse opbouw. Deze voorhuwelijkse opbouw mag niet worden meegenomen bij de bepaling van het te verevenen pensioen. Vanaf 1 mei 1995 zou een verzekeraar zijn administratie zo hebben moeten ingericht dat de waarde (het ontslagrecht) per de huwelijksdatum precies bekend is.

Als de nieuwe verzekeraar een aanvraag indient bij de oude verzekeraar voor waardeoverdracht dient de nieuwe verzekeraar vast te stellen of sprake is geweest van een voorhuwelijkse periode. Als dat zo is, dient de nieuwe verzekeraar zich ervan te vergewissen dat alle informatie met betrekking tot deze voorhuwelijkse periode door de oude verzekeraar verstrekt is, dit, met het oog gericht op een toekomstige scheiding. Op het moment dat de waarde overgedragen is naar de nieuwe verzekeraar is de oude verzekeraar niet meer wettelijk aansprakelijk. Als de nieuwe verzekeraar zich er niet van vergewist heeft dat deze informatie mede overkomt, kan de nieuwe verzekeraar nimmer een juiste berekening maken.
Eerlijk? Nee!

De meeste verzekeraars berekenen deze periode dan naar rato van de deelnemende perioden en gaan dus voorbij aan het ontslagrecht op het moment van huwelijk. Nog even afgezien van de vele vormen van financiering c.q. pensioenopbouw die we in Nederland kennen. De verzekeraar gaat er dus eigenlijk vanuit dat elk pensioen door middel van eindloon * opgebouwd is. Het pensioenvermogen kan dan nooit goed gedeeld worden. Eerlijk? Nee!

* Eindloon of Final Pay is een % per dienstjaar van het laatstgenoten salaris.

In de Wet van mei 1995 worden voor aanspraken opgebouwd tot 1 mei 1995 overigens verschillende rekenregels aangeboden afhankelijk van de soort pensioenregeling. Er wordt onderscheid gemaakt in eindloonregeling en andere regelingen. Als de soort regeling niet bekend is of bepaalde rekengegevens zijn niet voorhanden dan mag naar rato gerekend worden.
Maar dit geldt alleen voor aanspraken tot 1 mei 1995.

Voor aanspraken opgebouwd na 1 mei 1995 mag dus niet meer naar rato gerekend worden, maar dienen de juiste reserves gehanteerd te worden.

Verduistering partnerpensioen!

Als je uit dienst treedt en bij een nieuwe werkgever in dienst treedt kan je overwegen de opgebouwde aanspraken over te dragen naar de verzekeraar van de nieuwe werkgever. Als je bij de oude werkgever een pensioenregeling had die ouderdomspensioen en partnerpensioen opbouwde, maar bij de nieuwe werkgever is sprake van een kapitaaldekking dan is meestal het partnerpensioen op risicobasis verzekerd.

Van de nieuwe verzekeraar ontvang je voordat je overdraagt een offerte. Uit de offerte blijkt dat er op de pensioendatum een ouderdomspensioen met bijbehorend partnerpensioen aangekocht kan worden in de verhouding 100 : 70. Wat ze er niet bijvertellen is dat het partnerpensioen tot aan de pensioendatum op risicobasis verzekerd wordt. De meeverzekerde partner en de verzekerde zijn echter te goeder trouw en tekenen beiden voor akkoord om de waarde over te dragen.

Wanneer je nu van de echt scheidt voor de pensioendatum komt de meeverzekerde ex tot de ontdekking dat er geen Bijzonder Partnerpensioen meer aanwezig is. Waren de aanspraken blijven staan bij de vorige verzekeraar dan had ze aanspraak kunnen maken op een Bijzonder Partnerpensioen.

In feite is sprake van een vorm van verduistering. Immers partnerpensioen is eigendom van de meeverzekerde partner. Denk hierbij ook aan uitdiensttreding. In feite zou op dat moment alsnog een deel van het pensioenkapitaal weer terug gezet moeten worden naar partnerpensioen. In de praktijk is echter veelal sprake van een niet verplichte keuze. Eigenlijk zou de verzekeraar je hier attent op moeten maken! In de praktijk gebeurt dat echter niet.

Eerlijk? Nee!

Scheiding na samenwoning

U heeft eerst 10 jaar samengewoond, voordat u in het huwelijk trad en na bijvoorbeeld 3 jaar alsnog gaat scheiden.

De Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding praat alleen over de huwelijkse periode. Alleen de drie jaar huwelijk wordt dus wettelijk verevend. Eerlijk? Nee!

U kunt overigens overeenkomen dat een gedeelte van deze tijd (of de gehele tijd) wel meetelt voor verevening. U kunt dit echter niet wettelijk afdwingen.

Optellen pensioenen onder vereveningsgrens?

Een werknemer heeft een aantal korte dienstverbanden gehad. Waarde-overdracht heeft nimmer plaatsgevonden. Voor de Wet Verevening Pensioenrechten bij scheiding geldt dat een pensioen niet wordt verevend indien het deel waarop recht op uitbetaling bestaat, minder is dan € 438,44 bruto per jaar (per 1 januari 2012).

Pensioenen ondergebracht in verschillende regelingen en bij verschillende verzekeraars worden niet bij elkaar opgeteld. Een verzekerde die nimmer zijn waardes overgedragen heeft, is dus beter af dan iemand die dat wel gedaan heeft.

Eerlijk? Nee!

Wettelijk zou afgedwongen moeten kunnen worden, dat al deze pensioenen sec alsnog in de boedelscheiding verrekend moeten worden. Het betrokken ministerie zou hiervoor algemene rekenregels kunnen geven om de contante waarde te kunnen berekenen.

Indexering(1)

Indexering van verevende of geconverteerde aanspraken is in de Wet geregeld voor premievrije aanspraken en voor ingegane aanspraken.

Voor aanspraken van nog actieve deelnemers zijn geen wettelijke afspraken gemaakt. De ex-partner kan dus beter af zijn als de verzekerde partner uit dienst is.

Eerlijk? Nee!

Indexering(2)

Uitspraak rechtbank Den Haag 26.03.2003 PJ 2003/74:

Is sprake van een eindloonregeling dan zou je gedeeltelijk recht hebben op een vorm van indexering. De hoogte van het pensioen stijgt als het pensioengevend salaris (PGS) stijgt. Het vereveningsdeel stijgt mee, voorzover de stijging van het salaris gebaseerd is op de algemene loonstijging. Een stijging als gevolg van promotie valt hier dus buiten.

Het PGS is het verschil tussen het salaris en de franchise. De franchise wordt gevonden door de wettelijke AOW om te rekenen met een faktor. Als de AOW harder stijgt dan het salaris daalt het pensioen. Als deze situatie van toepassing is, is het niet eerlijk het vereveningsdeel wel te laten stijgen.

Prof. dr G. Dietvorst heeft in het SEO rapport van Juni 2007 verklaart dat de uitspraak helder was, maar dat het voor de pensioenuitvoerder niet duidelijk is hoe hiermee omgegaan dient te worden. Onze regering stond deze regeling ook voor en zal hier dan ook stappen voor zetten. De status hiervan is mij niet bekend.

Er is geen of nauwelijks jurisprudentie over dit onderwerp aanwezig.

Het overgrote deel van de verzekeraars past dit dus niet toe! Eerlijk? Nee!

Communicatie

Als je wettelijke of algehele conversie toepast, krijgen beide partners een zelfstandig recht op pensioen. In de PensioenWet is onduidelijk geregeld welke rechten je als gewezen partner hebt in deze situatie.

De gewezen partner krijgt tenminste één keer in de 5 jaar een opgave van het Bijzonder Partnerpensioen ( art 41 en 42 van de PW )

In artikel 46 heb je als gewezen partner alleen rechten als er sprake is van kapitalen en recht op een indicatie van de periodieke uitkering.

Maar als je converteert en verzekerde aanspraken hebt lijkt het erop dat je geen rechten hebt.

Eerlijk? Nee!

Aankoop partnerpensioen op pensioendatum

Er zijn tal van verzekeraars die een (collectief) product voeren waar voor elke 'x' euro aan kapitaal op de pensioendatum een ouderdomspensioen met een bijbehorend partnerpensioen verplicht aangekocht wordt in de verhouding 100:70.

Tot de pensioendatum wordt het partnerpensioen echter verzekerd op risicobasis. Als in de ontslagbepalingen geen regeling opgenomen is voor aankoop van een partnerpensioen, vervalt bij ontslag en dus ook bij scheiding het partnerpensioen.

Dit betekent dat wanneer u van de echt scheidt na de pensioendatum en de verzekerde partner overlijdt u recht heeft op een Bijzonder Partnerpensioen. Vind het overlijden plaats voor de pensioendatum dan heeft u nergens recht op.

Eerlijk? Nee!

Wet VPS voor 27 november 1981

Op bladzijde 25 van het boekje Verdeling van ouderdomspensioen bij scheiding dat u via de website van de rijksoverheid kunt aanvragen staat dat voor scheidingen van voor 27 november 1981 in de wet een overgangsbepaling is opgenomen. Onder bepaalde voorwaarden had de ene ex-echtgenoot recht op 25% van het ouderdomspensioen dat de andere ex-echtgenoot tussen de de huwelijkssluiting en de scheiding had opgebouwd. Deze voorwaarden zijn:

- de scheiding vond plaats voor 27 november 1981
- het huwelijk heeft minimaal 18 jaar gelopen
- er was sprake van minderjarige kinderen
- en er was nog niet aantoonbaar rekening gehouden met de omstandigheid dat de tot verevening gerechtigde echtgenoot geen of onvoldoende pensioen had opgebouwd

Het recht op verevening ontstond slechts als binnen 2 jaar na ingang van de WVPS de scheiding gemeld was bij de pensioenuitvoerder.

In artikel 12 lid 3 is echter opgenomen dat artikel 2 lid 6 van de Wet VPS niet van toepassing is voor deze categorie van scheidingen.

Met andere woorden: Alleen als de scheiding gemeld was bij de verzekeraar voor
1 mei 1997 dan had je recht op uitbetaling via deze verzekeraar.
Als je na 1 mei 1995, dus onder de huidige wet, de scheiding niet binnen de 2 jaar gemeld had, dan vervalt alleen het recht op uitbetaling via de verzekeraar. Je kan je ex dan aanspreken. Je ex is dan alsnog verplicht om tot uitkering over te gaan.

Voor deze categorie gescheiden mensen geldt bovenstaande echter niet.

En dat is merkwaardig als je er van uitgaat dat in het Burgerlijk Wetboek deel 3
artikel 178 1e lid vermeld staat dat te allen tijde verdeling van een gemeenschappelijk goed gevorderd kan worden.

Eerlijk? Nee!

Boon van Loon zou verjaren?

In BW 3 art 306 staat vermeld dat indien de Wet niet anders bepaalt, een rechtsvordering verjaart door verloop van 20 jaren.

Het Gerechtshof in Arnhem heeft op 12 mei 2009 een uitspraak gedaan dat een dergerlijke vordering zou verjaren na 20 jaar (LJN BJ3742).

M.i. zou dat niet kunnen gelden voor het Boon van Loon arrest. In BW 3 art 306 staat immers vermeld : Indien de Wet niet anders bepaalt! En dat staat nu precies in BW 3 art 178: dat te allen tijde verdeling van een gemeenschappelijk goed gevorderd kan worden.

M.i. zou de uitspraak mbt de verjaring nietig verklaard kunnen worden als verwezen zou worden naar dit artikel. De wetgeving per 1 mei 1995 heeft immers als uitgangspunt het Boon van Loon arrest. In de Wet VPS is m.i. ook geen sprake van verjaring!

Volgens BW 3 art 101 begint een verjaring te lopen met de aanvang van de dag na het begin van het bezit. M.i. is het bezit, vanaf datum aanvang verkrijging en dat is niet eerder dan de pensioendatum.

Eerlijk? Nee!

Boon van Loon eerlijk?

Pensioen is een vorm van uitgesteld salaris.
Als je in gemeenschap van goederen getrouwd was , viel het salaris in de gemeenschap. Te betalen pensioenpremies werden dus onttrokken aan de gemeenschap. Vanuit dat standpunt is het dan ook eerlijk dat als je van de echt scheidt, het te zijner tijd uit te keren pensioen wordt verrekend!

Eerlijk? Dus ja!

Boon van Loon berekening laten controleren!

En er zijn verzekeraars die de tariefgrondslagen hanteren op het moment van aanvraag en niet, zoals mijns inziens de enige juiste manier is, het hanteren van de grondslagen op het moment van scheiding. Het gaat immers om het delen van het pensioenvermogen op het moment van scheiding!

Met grondslagen bedoel ik de sterftetafels. Deze sterftetafels komen tot stand door gedurende een bepaalde waarnemingsperiode de Gehele Bevolking Mannen of Vrouwen te volgen. Bekend mag worden verondersteld dat de gemiddelde leeftijd voor mannen en vrouwen steeds hoger wordt. Daardoor zijn de tarieven voor het ouderdomspensioen gestegen en die voor het nabestaandenpensioen navenant gedaald. Als een verzekeraar overgaat op nieuwe sterftetafels worden de aanspraken van verzekerden niet verhoogd of verlaagd, maar worden met gesloten beurs overgezet. Met andere woorden de aanspraken wijzigen niet.

In 2009 heeft een grote verzekeraar besloten om in het vervolg voor nieuwe aanvragen van Boon van Loon berekeningen deze te maken op basis van de grondslagen op het moment van aanvraag.

Ten opzichte van een berekening op het moment van scheiding kan het bedrag 1, 2, 3 keer over de kop gaan.

Zie ook: Hanteert uw pensioenverzekeraar het juiste tarief?

Eerlijk? Nee!

Delta Lloyd rekende niet juist! Nu wel?

Als sprake is van een premieovereenkomst op basis van beleggingen wordt door Delta lloyd wel op een heel vreemde wijze vastgesteld of het verevende ouderdomspensioen wel of niet onder het grensbedrag blijft zoals in de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding is vastgelegd.

Delta lloyd stelt vast welk kapitaal nodig is om op de scheidingsdatum een direct ingaand ouderdomspensioen aan te kopen voor een 65-jarige ter grootte
van € 420,69 (01.01.2010). De benodigde koopsom werd vastgesteld op € 5.700,-. In de zaak waar dit plaatsvond was minder beschikbaar dan genoemde € 5.700,-, zodat Delta Lloyd niet overging tot verevening van het pensioen.

Het kapitaal op de datum scheiding wordt in feite met o% opgerent tot aan de pensioendatum en op de pensioendatum aangewend voor aankoop van een ouderdomspensioen met een bijbehorend nabestaandenpensioen.

Dit aangevochten.
Aan Delta Lloyd aangegeven dat ze of het kapitaal op de datum scheiding aan dienen te wenden voor aankoop van een ouderdomspensioen en een nabestaandenpensioen of het kapitaal moeten oprenten tot aan de pensioendatum en dan aanwenden voor aankoop van het ouderdomspensioen en het nabestaandenpensioen.

Delta lloyd gaf aan zich te kunnen vinden in de door mij aangereikte argumenten. Ze gaven aan voor het betrokken dossier over stag te gaan en de waarde van het te verevenen pensioen op de datum scheiding op te renten tot aan de pensioendatum. Daarna wordt gekeken of de opgerente waarde lager of hoger is dan het grenskapitaal. Als de waarde hoger is, dan wordt het pensioen verevend.

Naar mijn mening zou de procedure door Delta Lloyd aangepast moeten worden en alle oude dossiers opnieuw bekeken moeten worden of niet alsnog tot verevening overgegaan dient te worden.

Delta lloyd heeft mij laten weten dat de werkwijze rond de pensioenverevening haar aandacht heeft, maar alleen vragen van direct belanghebbenden in behandeling te nemen.

Eerlijk? Zegt u het maar!