Rechter en advocaat: Weten ze, waar ze het over hebben?

Als het tot een rechtszaak komt, is het van het grootste belang dat de dagvaarding waterdicht is. Met andere woorden, alles wat ook maar enigszins van belang is, moet erin staan.

Dit betekent dat de advocaat moet weten waar hij/zij het over heeft. Als de advocaat geen kennis van zaken heeft, kan de rechter zijn huiswerk niet doen. En dat leidt tot de meest vreemde, uitermate onrechtvaardige, uitspraken.

Laat uw pensioendossier uitzoeken door een pensioenspecialist. Voor de goede orde, dat betekent nog steeds niet dat het dan wel komt tot een rechtvaardige uitspraak. Nogmaals de dagvaarding moet compleet zijn. Voordat de dagvaarding verstuurd wordt, is het zaak deze te laten controleren door de pensioenspecialist.

Waarom? Er zijn advocaten, de goede te nagelaten, die er een potje van maken en datgene doen, wat zij denken dat juist is. Als in de dagvaarding zaken ontbreken of onjuist worden voorgespiegeld, mag u van de rechter niet verwachten dat hij/zij de advocaat daarop aanspreekt. Naar mijn mening zou dat wel moeten , de tijd ontbreekt echter veelal daarvoor. En als dat het geval is, zal de rechter in alle redelijkheid en billijkheid een uitspraak doen. Mogelijk dat de uitspraak een uitkomst te zien geeft die u niet verwacht. Mogelijk dat de waarheid geweld aan gedaan wordt en dat dit leidt tot een onrechtvaardige uitspraak.

En dat kan leiden tot schrijnende situaties!!!! In 9 van de 10 gevallen tot een Hoger Beroep! En veelal, als geen gebruik gemaakt kan worden van gesubsidieerde rechtsbijstand tot duizenden euro's aan kosten.

En, als dat het geval is, kan bijna altijd gesteld worden, dat of de advocaat zijn huiswerk niet goed gedaan heeft. En bij wie kan je deze schade claimen? Nergens. Je staat gewoon in de kou!

2009 Rechtbank Arnhem
Mei 2009 verklaarde Rechtbank Arnhem dat een vordering op basis van het Boon van Loon arrest zou verjaren na 20 jaar. De betrokken rechter had onvoldoende kennis van het Burgerlijk Wetboek. Volgens BW 3 art 179 2e lid en BW 3 art 178 1e lid kan een dergerlijke vordering niet verjaren.

Zie ook: Verjaring Boon/van Loon?

2012 Rechtbank Noord-Nederland
In een bepaalde zaak in 2012/2013 was de betrokken deelnemer de berekening (PME) kwijt die tijdens de scheiding in 1993 gemaakt was (€ 145,07 per maand), uit te betalen aan zijn ex-partner. Uit een nieuwe berekening bleek dat het te verrekenen pensioen meer dan tweemaal zo hoog was (€ 301,33 per maand). Tijdens de rechtszaak kwam de oude berekening weer boven water. Rechtbank Noord-Nederland wist zich geen oordeel te geven en bepaalde dat er een laatste bindende berekening door een pensioendeskundige gemaakt moest worden, geinitieerd door de Rechtbank. Kosten van de offerte € 5000,-! Uiteindelijk is deze berekening niet vervaardigd omdat betrokkene de kosten voor het vervaardigen veel te hoog vond en de kosten tot dat moment al gemaakt zo'n € 10.000,- bedroegen. Als de Rechtbank kennis van zaken gehad zou hebben, had de Rechtbank vast kunnen stellen dat de eerste berekening nog steeds rechtsgeldig was.

Zie ook: Pensioenuitvoerder voert het Boon/van Loon-arrest niet meer juist uit!

2014 Rechtbank Apeldoorn
In een bepaalde zaak waarbij een Assurantiebureau als tussenpersoon betrokken is wordt door Vita Levensverzekeringsmaatschappij (Rechtsopvolger Zwitserleven) een opgave verstrekt op basis van het Boon van Loon Arrest voor een scheiding per 1 april 1990. De werkgever heeft een eindloontoezegging gedaan, welke vastgelegd is in een pensioenbrief. In de Pensioen- en Spaarfondsenwet is met ingang van 1 augustus 1987 vastgelegd dat ingeval van uitdiensttreding de aanspraak op ouderdomspensioen volledig afgefinancierd dient te worden, dat wil zeggen dat de aanspraken op basis van evenredigheid van de doorgebrachte diensttijd ten opzichte van de totale diensttijd toegekend worden. Op de datum scheiding dient, voor de berekening van het te verrekenen pensioen, rekening gehouden te worden met de aanspraken die verkregen zouden zijn als zou op dat moment het dienstverband verbroken zijn. Dit gebeurt echter niet. Er wordt wel rekening gehouden met een fictief afgefinancierd nabestaandenpensioen maar niet met een fictief afgefinancierd ouderdomspensioen. In 2014/2015 wordt de zaak door een advocaat voorgelegd aan de Rechtbank Apeldoorn. De advocaat draagt alle stukken over aan de Rechtbank. Uit het vonnis van de rechtbank blijkt dat ze zich totaal niet verdiept hebben in de hele zaak. Er wordt recht gesproken op basis van het Boon van Loon arrest, ondanks het feit dat in de aangereikte stukken duidelijk verwezen wordt naar de wetgeving zoals die op het moment van scheiding in de berekening toegepast had moeten worden.

Resultaat: Het te verrekenen pensioen wordt niet aangepast. De ex-partner wordt door de rechter in het gelijk gesteld en hoeft niet over te gaan tot aanpassing van het te verrekenen bedrag.

Aan deze zaak kan ook nog een maar zitten! Mogelijk dat de betrokken werkgever op het moment dat de pensioentoezegging wijzigde, de achterstand in de financiering niet afgefinancierd heeft, hetgeen impliceert dat de werknemer door zijn eigen werkgever te kort gedaan is.

Zieo ok: Het Grote Bedrog!

2017/2018 Rechtbank Arnhem

De heer S. is in het bezit van een opgave van het te verrekenen aan zijn ex-partner van 22 maart 1996, waaruit blijkt dat hij vanaf zijn 65e per maand € 32,29 met zijn ex-partner moet verrekenen. Buiten de heer S. om vraagt zijn ex-partner aan BPF Bouw een opgave te vervaardigen van het door haar ex te verrekenen pensioen. Ondanks het feit dat de heer S. al op zijn 63e met pensioen gegaan is, verstrekt BPF Bouw op 10 mei 2016 zijn ex een nieuwe opgave, waaruit blijkt dat het te verrekenen pensioen € 78,38 per maand bedraagt vanaf zijn 65e. Oorzaak van deze verhoging volgt uit het feit dat BPF Bouw ten onrechte uitgegaan is van de tarieven op het moment van de aanvraag, in plaats van op de tarieven zoals deze ten tijde van de scheiding werden toegepast. BPF Bouw had deze opgave overigens niet mogen vervaardigen zonder dat een machtiging hiervoor was afgegeven door de heer S. BPF Bouw heeft hiermee de Wet op de Privacy (de AVG) geschonden. Na ontvangst van een afschrift van deze brief heeft de heer S. op 23 mei 2016 contact gezocht met BPF Bouw en hun verwezen naar de brief van 22.03.1996. BPF Bouw is daarop alsnog uitgegaan van de cijfers in de brief van 22 maart 1996. BPF Bouw vergeet de heer S. er echter op opmerkzaam te maken dat als het pensioen eerder ingaat, het te verrekenen pensioen omgezet moet worden naar de nieuwe pensioenleeftijd. Het te verrekenen pensioen zou dus lager moeten worden.

De ex ging niet akkoord met de nieuwe opgave van BPF Bouw van 10 mei 2016 en spande een rechtszaak aan. De betrokken rechter van Rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, veroordeelde de heer S tot het betalen van
€ 78,38 per maand en ook nog met terugwerkende kracht vanaf zijn 63e. Had deze rechter pensioenkennis? Was deze op de hoogte van alle liggende arresten? De heer S. wordt door onze Nederlandse Rechtsstaat gedwongen om in Hoger Beroep te gaan. Ik vind dit te schandalig voor woorden!!!!!

Laatstelijk aangepast: 25 oktober 2018

 

Terug naar website Pensioenscheiden